ABRvS 22 oktober 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO2103

Toetsingsvolgorde artikel 29 Vw 2000 / niet ingegaan op beroep op a-grond Voordat de rechtbank kon overgaan tot een toetsing van het in het besluit van 5 augustus 2009 ingenomen standpunt van de staatssecretaris inzake artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, had de rechtbank, zoals volgt uit de jurisprudentie van de Afdeling (zie onder meer de uitspraak van 22 juli 2010 in zaak nr. 200900298/1/V2; www.raadvanstate.nl), eerst het in dat besluit ingenomen standpunt van de staatssecretaris dienen te toetsen aan de hand van de daartegen gerichte beroepsgrond van de vreemdeling. Dit standpunt hield in dat de vreemdeling geen aanspraak op bescherming kon ontlenen aan artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in zijn land van herkomst, Somalië, gegronde redenen heeft te vrezen voor vervolging in de zin van het Verdrag betreffende de status van Vluchtelingen van Genève van 28 juli 1951, zoals gewijzigd bij Protocol van New York van 31 januari 1967. De minister klaagt terecht dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op het beroep van de vreemdeling op artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. De grief slaagt. Reeds hierom ziet de Afdeling aanleiding om het hoger beroep kennelijk gegrond te verklaren, de aangevallen uitspraak te vernietigen en hetgeen voor het overige daartegen is aangevoerd, in dit geval niet te bespreken. De Afdeling zal de zaak naar de rechtbank terugwijzen om door haar te worden behandeld en beslist met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen