ABRvS 13 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ3038
Artikel 8 van het Protocol bij het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika / vrije uitoefening van een beroep Het hoger beroep spitst zich toe op de vraag of de vreemdeling een vrij beroep uitoefent, met als gevolg dat artikel 8 van het Protocol bij het Verdrag aan de uit dit verdrag voortvloeiende aanspraak op verblijf in Nederland in de weg staat. Anders dan de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat voor het antwoord op deze vraag de inschrijving van de onderneming in het handelsregister, hoewel niet doorslaggevend, wel van belang is. Voorts komt in het onderhavige geval met name betekenis toe aan de feitelijke werkzaamheden van de vreemdeling. Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting bestaan deze in hoofdzaak uit het aannemen van vertaalopdrachten voor (onder meer Amerikaanse) bedrijven en taalevaluaties. Aangezien, zoals ook door de vreemdeling tijdens de hoorzitting in bezwaar is toegelicht, aangeboden teksten door derden worden vertaald en op begrijpelijkheid beoordeeld, bestaat onvoldoende grond voor het oordeel van de rechtbank dat bij het uitoefenen van zijn bedrijf de persoonlijke en individuele kwaliteiten van de vreemdeling voorop staan. De Afdeling acht in dit verband van belang dat beoordeling of een tekst goed en begrijpelijk is vertaald, deels geschiedt door degenen van wie de vreemdeling zijn opdrachten ontvangt en deels door personen die hij voor deze werkzaamheden inschakelt. De vreemdeling staat niet op basis van zijn eigen verworven deskundigheid in voor de juistheid van door zijn tussenkomst tot stand gekomen vertalingen. Gelet op het vorenoverwogene en nu blijkens de aangevallen uitspraak niet in geschil is dat de vreemdeling een aanzienlijk kapitaal in de onderneming heeft belegd, heeft de staatssecretaris zich in het besluit van 5 november 2007 niet zonder nadere motivering op het standpunt kunnen stellen dat de vreemdeling aan het Verdrag geen aanspraak op verblijf in Nederland kan ontlenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl