ABRvS 24 april 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI4002
Mandaat / ondermandaat / bevoegdheid heroverweging besluit In zijn eerste grief klaagt de staatssecretaris dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat de aard van de bevoegdheid tot heroverweging van een besluit, bedoeld in artikel 7:11 van de Awb, zich er tegen verzet dat in het onderhavige geval het besluit op bezwaar is genomen door een ambtenaar lager in rang en als zodanig ondergeschikt aan degene die het besluit in primo heeft genomen. Daartoe betoogt hij dat de functie van medewerker niet (hiërarchisch) ondergeschikt is aan de functie van senior medewerker. Het besluit in primo is in ondermandaat genomen door een senior medewerker. Het besluit op bezwaar is in ondermandaat genomen door een medewerker. De voorzieningenrechter heeft zonder nadere motivering aangenomen dat de functie van medewerker hiërarchisch ondergeschikt is aan de functie van senior medewerker. Uit de lijst van functionarissen behorende bij artikel 1 van de ondermandaatregeling blijkt dit echter niet. Evenmin is op andere wijze gebleken dat dit het geval zou zijn. De grief slaagt derhalve. In de tweede grief klaagt de staatssecretaris dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat het besluit op bezwaar is genomen in strijd met artikel 10:3, derde lid, van de Awb, nu zowel het besluit in primo als het besluit op bezwaar in mandaat zijn genomen door het hoofd van de IND. Daarvan is geen sprake, aangezien beide besluiten niet in mandaat, maar in ondermandaat zijn genomen, aldus de staatssecretaris. Anders dan de voorzieningenrechter heeft overwogen, is van strijd met artikel 10:3, derde lid, van de Awb geen sprake. Het geval dat de beslissing op bezwaar is genomen door degene die ook het primaire besluit heeft genomen doet zich niet voor, nu die besluiten krachtens artikel 1, eerste lid, van de ondermandaatregeling in ondermandaat zijn genomen door verschillende functionarissen van de IND. Deze grief slaagt eveneens. In zijn derde grief klaagt de staatssecretaris dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat uit de ondermandaatregeling niet blijkt dat de medewerker, die het besluit op bezwaar heeft genomen, bevoegd was tot het nemen van een besluit op bezwaar. Uit de bijlage bij de ondermandaatregeling, weergegeven in 2.1, volgt reeds dat iedere persoon in de functie van medewerker bevoegd is een besluit op bezwaar in ondermandaat te nemen. De derde grief slaagt derhalve eveneens.
De uitspraak op rechtspraak.nl