Rb. 's-Gravenhage 25 augustus 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9570

Intrekking vergunning niet bevoegd genomen / artikelen 7:11 en 10:3 derde lid Awb De voorzieningenrechter is van oordeel dat artikel 7:11 Awb zich ertegen verzet dat het besluit op bezwaar wordt genomen namens de staatssecretaris en namens het hoofd van de IND door een ambtenaar lager in rang dan en als zodanig ondergeschikt aan degene die het besluit in primo heeft genomen. Wegens de vereiste (beleids)controle is mandatering naar een lager niveau dan dat waarop het primaire besluit is genomen in strijd met artikel 7:11 Awb. Ambtshalve is de voorzieningenrechter bovendien van oordeel dat verweerder de beslissing op bezwaar heeft genomen in strijd met artikel 10:3, derde lid, van de Awb, nu zowel de beslissing in primo, als de beslissing op bezwaar in mandaat zijn genomen door het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Dat de beslissing op bezwaar in ondermandaat is genomen door een andere (lager in rang zijnde) functionaris dan de in ondermandaat genomen beslissing in primo doet daar naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aan af, nog los van de omstandigheden zoals hiervoor overwogen.Ten slotte stelt de voorzieningenrechter ambtshalve vast dat uit de overgelegde ondermandaatregeling niet blijkt dat de betreffende medewerker bevoegd was tot het nemen van een besluit op bezwaar, zodat het besluit op bezwaar hierom niet bevoegd is genomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen