ABRvS 14 juli 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD8574
artikel 3.74 Vb 2000 / referentie netto-minimumloon in beleid is redelijke wetsuitleg en conform bedoeling wetgever Vastgesteld moet worden dat de aanhef van artikel 3.74 van het Vb 2000 niet spoort met onderdeel d van dit artikel, aangezien de aanhef van dit artikel refereert aan het netto-inkomen als toetsingsmaatstaf en het minimumloon bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wml, waarnaar in onderdeel d van dit artikel wordt verwezen, een bruto-bedrag betreft. Een uitleg naar de letter van het bepaalde in artikel 3.74 zou derhalve te kort schieten. Er is geen grond voor het oordeel dat het in het beleid als inkomensnorm gehanteerde referentie netto-minimumloon niet is gebaseerd op een redelijke uitleg van het bepaalde in artikel 3.74, aanhef en onder d, van het Vb 2000, die overeenkomt met de bedoeling van de wetgever. Deze netto-inkomensnorm, waarvan de berekening wettelijk is vastgelegd in artikel 37 van de WWB, heeft immers het bruto-minimumloon vermeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wml als uitgangspunt en doet hiermee recht aan de strekking van zowel de aanhef, als onderdeel d van artikel 3.74 van het Vb 2000. Aansluiting bij de WWB voor de invulling van dit artikel ligt voorts in de rede, nu deze wet, en voorheen de Algemene bijstandswet, in het vreemdelingenrecht steeds centraal heeft gestaan bij de bepaling van de norm voor de vereiste beschikbare middelen van bestaan en deze ook in onderdeel a van artikel 3.74 van het Vb 2000 wordt gehanteerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl