ABRvS 16 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB1374

Vreemdelingenbewaring / artikel 59-gehoor / bijstand raadsman Artikel 5.2, vijfde lid, van het Vb 2000 strekt er toe dat de staatssecretaris de vreemdeling op een zodanig tijdstip mededeling doet van de hem toekomende bevoegdheid zich te doen bijstaan door een raadsman, dat de vreemdeling daarvan desgewenst gebruik kan maken. De vreemdeling heeft niet bestreden dat is gehandeld in overeenstemming met het in voormelde paragraaf van de Vc 2000 neergelegde beleid met betrekking tot het in acht nemen van een wachttijd van twee uren na verzending van het faxbericht aan de advocatenpiketdienst. Uit de desbetreffende passage in de Vc 2000 volgt niet dat het gehoor steeds dient plaats te vinden na de inbewaringstelling, indien de piketcentrale gesloten is. Nu de staatssecretaris de piketcentrale om 17:26 uur geïnformeerd heeft en de komst van een raadsman meer dan twee uur heeft afgewacht, is er geen grond voor het oordeel dat deze zich niet op het standpunt heeft mogen stellen dat de vreemdeling na verloop van deze tijd kon worden gehoord, alhoewel zich nog geen raadsman had gemeld. De grief slaagt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen