ABRvS 21 februari 2007, ECLI:NL:RVS:2007:AZ9593

Bevoegdheid/ minister van justitie / mandaat Vaststaat dat de besluiten van 20 december 2006 ten onrechte zijn genomen door een medewerker, namens het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: de IND), namens de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, nu, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 13 februari 2007 in zaak no. 200700350/1, aangehecht ter voorlichting van partijen), de bevoegdheden van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie inzake aangelegenheden betreffende Vreemdelingenzaken vanaf 14 december 2006 onder de bevoegdheid van de minister vallen. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van de Mandaatregeling Ministerie van Justitie 2005 (Stcrt. 2005, nr. 97, pag. 22), zoals dit luidt na wijziging op 15 december 2006 (Stcrt. 2007, nr. 4, pag. 10) wordt onder bewindspersoon verstaan: de Minister van Justitie of Minister voor Integratie, Preventie, Jeugdbescherming en Reclassering. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder b, wordt onder mandaat verstaan de bevoegdheid om in naam van de bewindspersoon besluiten te nemen. Ingevolge artikel 2 wordt aan de secretaris-generaal mandaat verleend ten aanzien van de tot het ministerie behorende aangelegenheden, met uitzondering van de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die zijn neergelegd in een document, gericht tot bepaalde categorieën, neergelegd in a tot en met f van dat artikel. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van de Mandaatregeling DG's, NCTb en plv. SG Justitie 2005 (Stcrt. 2005, nr. 114, pag. 9) wordt van het ingevolge artikel 2 van de Mandaatregeling Ministerie van Justitie 2005 verleende mandaat ondermandaat verleend aan de directeuren generaal ten aanzien van de aangelegenheden die hun directoraat generaal betreffen. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder g, van de Mandaatregeling directoraat generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken Justitie 2005 (Stcrt. 2005, nr. 136, p. 10) wordt van het ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van de Mandaatregeling DG's, NCTb en plv. SG Justitie 2005 aan de directeur-generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken verleende ondermandaat, voor zover thans van belang, ondermandaat verleend aan de hoofddirecteur van de IND. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Algemene ondermandaatregeling van het hoofd van de IND 2005 (Stcrt. 2005, nr. 136, pag. 9) verleent het hoofd van de IND ondermandaat van de in de Mandaatregeling directoraat generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken Justitie 2005 aan hem gemandateerde bevoegdheden aan de in de bijlage bij dit besluit genoemde en onder hem ressorterende functionarissen, een en ander voor zover dat in overeenstemming is met de taak en functie van de betreffende functionaris, waaronder de medewerker. Uit deze besluiten volgt dat de medewerker bevoegd was de besluiten van 20 december 2006 te nemen namens het hoofd van de IND, namens de minister. Onder de hiervoor weergegeven omstandigheden ziet de Afdeling aanleiding het gebrek dat aan het besluit kleeft met toepassing van artikel 6:22 van de Awb te passeren, nu gesteld noch gebleken is dat de vreemdelingen daardoor in hun belangen zijn geschaad.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen