ABRvS 8 augustus 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AB3332
Gerechtsdeurwaarder is geen bestuursorgaan als bedoeld in art. 1:1, eerste lid Awb. Afwijzing schadeverzoek in verband met een onrechtmatige beslaglegging door Nationale Nederlanden namens C (hierna: de gerechtsdeurwaarder). Rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard om van het ingestelde beroep kennis te nemen. Afdeling: De positie van de deurwaarder is die van een zelfstandige ondernemer aan wie bij wet enkele specifieke taken zijn toebedeeld die gerelateerd zijn aan de uitoefening van overheidsgezag. Als zodanig kan hij derhalve niet worden aangemerkt als een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld. Hierop wijst ook art. 480, derde lid Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de daarop gegeven toelichting, waaruit naar voren komt dat slechts in een daarin beschreven specifiek geval de aansprakelijkheid van de staat voor daden van de deurwaarder wordt aanvaard. Voorts kan niet worden staande gehouden dat de deurwaarder is opgetreden als persoon met enig openbaar gezag bekleed. De bevoegdheid tot optreden in het kader van beslaglegging als hier aan de orde is immers geregeld in het burgerlijk recht. De brieven van de deurwaarder zijn niet afkomstig van een bestuursorgaan en derhalve geen besluiten in de zin van art. 1:3, eerste lid Awb. Rechtbank heeft zich terecht onbevoegd verklaard, zij het op onjuiste gronden. Hoger beroep van rechtbank Groningen d.d. 20 juni 2000, ECLI:NL:RBGRO:2000:AA6875 mrs. P.J. Boukema, F.P. Zwart, M.G.J. Parkins-de Vin C, gerechtsdeurwaarder.
De uitspraak op rechtspraak.nl