ABRvS 27 februari 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AB2479
Bij besluit van 8 april 1997 heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (hierna: de Minister) afgewezen het verzoek van appellante om herziening van het besluit van 20 februari 1996, waarbij ten behoeve van appellante de tegemoetkoming cursorisch ondernemersonderwijs 1993-1994 definitief is vastgesteld en een bedrag van f 134.336,78 is teruggevorderd, aangezien is gebleken dat in het cursusjaar 1993-1994 minder leerlinglesuren zijn gerealiseerd dan het aantal aangevraagde leerlinglesuren waarvoor een voorlopige tegemoetkoming werd verleend.