Rb. Noord-Holland 27 november 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:11140

Naar het oordeel van de rechtbank stond het verweerder vrij om bij de behandeling van het verzoek om terug te komen op de aan eiseres opgelegde last onder dwangsom het toetsingskader van artikel 4:6 van de Awb te hanteren en dus te volstaan met de beoordeling of eiseres nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd, die tot heroverweging van de last onder dwangsom noopten. Verweerder hoefde in de besluitvorming ten aanzien van het verzoek om heroverweging […] niet nader in te gaan op de op zichzelf staande bezwaren ten aanzien van de last. De rechtbank kan ook niet toekomen aan de gronden van eiseres gericht tegen de grondslag van de last onder dwangsom en de overtreding ervan […] Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die aanleiding geven terug te komen op de opgelegde last onder dwangsom, reeds vanwege het ontbreken van een onderbouwing van de stelling van eiseres dat de kosten om aan de last te voldoen onevenredig hoog zijn. Het bestreden besluit, voor zover het betreft de gehandhaafde afwijzing van het verzoek om heroverweging, is niet evident onredelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken