ABRvS 15 januari 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AA9919

Onderzoek naar rijgeschiktheid en als eventueel gevolg daarvan de ongeldigverklaring van het rijbewijs is geen "criminal charge" ex art. 6 EVRM. Rijgeschiktheidsonderzoek en ongeldigverklaring rijbewijs. Voor zover appellant ter zitting nog een beroep heeft gedaan op art. 6 EVRM, onder verwijzing naar met name het arrest Malige vs Frankrijk (NJB 1988, p. 2084), overweegt de ABRS dat deze bepaling niet van toepassing is. Het onderzoek naar de rijgeschiktheid en als eventueel gevolg daarvan de ongeldigverklaring van het rijbewijs bij vastgestelde ongeschiktheid vloeit voort uit het vermoeden dat de houder van een rijbewijs niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel over de lichamelijke en geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van één of meer categorieën van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven. Gelet hierop is geen sprake van een "criminal charge" in de zin van art. 6 EVRM. Het door appellant genoemde arrest leidt niet tot een ander oordeel. Anders dan in een geval als i.c. ging het in die zaak om een administratieve sanctie die het directe gevolg is van een strafrechtelijke veroordeling. Dit brengt voorts mede dat, anders dan appellant betoogt, van een met het beginsel van ne bis in idem strijdige dubbele bestraffing geen sprake is. De Minister van Verkeer en Waterstaat. mrs. E. Korthals Altes, J.A.M. van Angeren, B. van Wagtendonk EVRM 6 Wegenverkeerswet 1994 130, 134 Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 6.1, 12 Regeling eisen geschiktheid norm 8.8 Reglement rijbewijzen 142

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen