Rb. Zeeland-West-Brabant 9 april 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:2755
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan grooming. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast wordt een taakstraf opgelegd van 240 uur.
De uitspraak op rechtspraak.nl