HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2338

Openlijke geweldpleging, art. 141 Sr. Vordering b.p. en schadevergoedingsmaatregel, art. 51.1 Sv en 36f Sr. Reiskosten aangemerkt als rechtstreekse schade i.p.v. als proceskosten. Belang bij cassatie? Hof heeft ten onrechte bedrag van € 8,70 te vermeerderen met wettelijke rente als schadevergoeding toegewezen aan b.p. Het gaat om reiskosten naar advocaat die b.p. heeft gemaakt, die niet zijn aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit, maar als proceskosten waaromtrent rechter ex art. 592a Sv in daar bedoelde gevallen een afzonderlijke beslissing dient te geven (vgl. ECLI:NL:HR:2017:653). Dit behoeft niet tot cassatie te leiden. Hof had ex art. 592a Sv verdachte moeten veroordelen in kosten door b.p. gemaakt, begroot op € 8,70. Vernietiging van bestreden beslissing heeft niet tot gevolg dat verdachte dit bedrag, waarvan hoogte niet is betwist, niet zou behoeven te betalen; hij zou dit bedrag dan verschuldigd worden door zijn veroordeling in die kosten. In de schriftuur is niet aangevoerd welk bijzonder belang verdachte heeft bij vernietiging op dit punt. In deze omstandigheden, waarin vernietiging geen invloed heeft op duur van vervangende hechtenis die aan de schadevergoedingsmaatregel is verbonden, valt niet in te zien welk rechtens te respecteren belang verdachte heeft bij vernietiging van bestreden uitspraak. Dat verdachte dan niet de wettelijke rente verschuldigd zou zijn over bedrag van € 8,70 maakt dat niet anders. Volgt verwerping. CAG (anders): strekt tot vernietiging t.a.v. vordering b.p. en schadevergoedingsmaatregel en tot afdoening door HR.

De uitspraak op rechtspraak.nl