Rb. Zeeland-West-Brabant 15 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:183
Naar het oordeel van de rechtbank is voor de grondslag voor de heffing van kansspelbelasting terecht rekening gehouden met de bonussen die belanghebbende aan haar spelers heeft verstrekt. Belanghebbendes stelling dat de huidige wijze van heffing van kansspelbelasting in strijd is met het wezen van de kansspelbelasting, alsmede in strijd met de rechtspraak ter zake de bepaling van de brutowinst en het casinoregime, kan niet slagen. Het is uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever geweest om het spelen met een bonus als (belaste) inzet aan te merken. Van schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur of van artikel 1 EP is geen sprake. Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een individuele en buitensporige last is.
De uitspraak op rechtspraak.nl