Rb. Zeeland-West-Brabant 28 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:8401
Artikelen 45, 300, 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling en aan een poging zware mishandeling van zijn echtgenote. Het handelen van verdachte is naar het oordeel van de rechtbank aan te merken als ‘intieme terreur’, een ernstige vorm van partnergeweld die zich kenmerkt door het isoleren, vernederen en intimideren van de partner waarbij het slachtoffer haar eigenheid kwijtraakt door het geleidelijk opgebouwde patroon van controle en dwang. De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van feit 3 (vernieling) op basis van de artikelen 316 juncto. 353 van het Wetboek van Strafrecht.
De uitspraak op rechtspraak.nl