Rb. Zeeland-West-Brabant 23 april 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:2680
Huurder stelt dat hij te veel stookkosten moet betalen vanwege de plaatsing van de kamerthermostaat door de verhuurder in de onverwarmde hal en vordert herstel. In reconventie vordert verhuurder betaling van de eindafrekeningen nutsvoorzieningen over 2022 en 2023 en achterstallige voorschotbedragen. Huurder vindt dat deze vordering niet thuishoort in deze procedure en betwist de vordering, althans doet een bereop op opschorting. De kantonrechter oordeelt over alle vorderingen: Er is geen sprake is van een gebrek (artikel 7:204 BW). Wel mocht huurder betaling van de eindafrekeningen opschorten, omdat verhuurder de onderliggende stukken van het overzicht bij de eindafrekeningen niet had laten zien, terwijl dat wel moet op grond van artikel 7:259 lid 4 BW. Huurder mocht betaling van de voorschotbedragen niet opschorten, omdat daarvoor alleen het overzicht van artikel 7:259 lid 2 BW vereist is en dat heeft verhuurder toegestuurd. Verhuurder mocht het voorschot verhogen op grond van artikel 7:261 BW.
De uitspraak op rechtspraak.nl