Rb. Zeeland-West-Brabant 25 september 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6511

Voorlopige voorziening in bezwaar tegen besluit CBR over schorsing geldigheid rijbewijs. Verzoekster is aangehouden, omdat zij met een te hoog ademalcoholgehalte een auto bestuurde. Op het bureau is een ademtest afgenomen. Aan het betreffende proces-verbaal is geen ademticket gehecht en dit ticket is niet meer voorhanden. In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 november 2014 is overwogen dat het in artikel 130, eerste lid, van de WVW 1994 bedoelde vermoeden ziet op de ongeschiktheid om te rijden als een bepaald ademalcoholgehalte is geconstateerd en niet op de procedure voor het vaststellen van het ademalcoholgehalte. De wet biedt geen grondslag voor de stelling dat de met waarborgen omklede procedure in de bestuursrechtelijke procedure niet (volledig) hoeft te worden nageleefd. Artikel 10, tweede en derde lid, en artikel 11, eerste lid, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (Besluit) bepaalt onder meer dat de opsporingsambtenaar het resultaat van het onderzoek in het proces-verbaal vermeldt. In de in artikel 10 en 11 van het Besluit opgenomen bepalingen staat niet expliciet de voorwaarde van het hechten van een ademticket aan het proces-verbaal. De voorzieningenrechter maakt uit de Nota van Toelichting bij artikel 11 van het Besluit op dat dit artikel materieel overeenkomt met artikel 10 en 10a van het voormalige Besluit alcoholonderzoeken. Dit laatste besluit is per 1 juni 2017 ingetrokken . In artikel 10, tweede lid, van het Besluit alcoholonderzoeken was bepaald dat een schriftelijke weergave van het onderzoek bij het proces-verbaal wordt gevoegd. In de artikelsgewijze toelichting bij artikel 10 van het Besluit alcoholonderzoeken is aangegeven dat: “Het ademanalyseapparaat levert verder een afdruk waarop het verloop van het onderzoek met alle van belang zijnde gegevens is weergegeven. Deze afdruk dient bij het proces-verbaal te worden gevoegd om controle op een juiste toepassing van de voorschriften mogelijk te maken”. De voorzieningenrechter verwijst verder naar de Instructie handhaving rijden onder invloed en het arrest van de Hoge Raad van 3 april 2001 en de in procedure opgestelde conclusie van de AG . In overweging 12 van de conclusie van de AG is opgenomen dat het ademticket bij het proces-verbaal opgenomen moet worden. De voorzieningenrechter constateert dat het verschil tussen het door verzoekster betwiste resultaat van het ademanalyseapparaat – 590 µg/l – en de grenswaarde voor de vordering tot overgifte van haar rijbewijs – 570 µg/l – nog geen 2% bedraagt. Dat is een dermate kleine overschrijding dat de voorzieningenrechter in dit geval het ademticket van cruciaal belang acht om de meting met het ademanalyseapparaat te kunnen controleren. Nu vaststaat dat het ademticket niet beschikbaar is, kan niet alleen het resultaat van de analyse niet worden gecontroleerd, maar ook niet of de analyse tenminste twintig minuten na de vordering tot medewerking aan een onderzoek heeft plaatsgevonden. Bestreden besluit geschorst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken