Rb. Zeeland-West-Brabant 17 september 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6392
Art. 272 Wetboek van Strafrecht. Verdachte heeft in 2020 als advocaat zijn beroepsgeheim en wettelijke geheimhoudingsplichten geschonden. Dit is 2022 aan het licht gekomen door onderschepte Encrochatgesprekken in een ander strafrechtelijk onderzoek. Verdachte heeft een cliënt laten meeluisteren met het politieverhoor van een andere cliënt, die in beperkingen zat. Verdachte heeft zijn bijzondere positie in de rechtsbedeling misbruikt en een faciliterende rol gespeeld bij het in stand houden van de georganiseerde drugscriminaliteit. Verdachte heeft geen verantwoordelijkheid genomen. Anders dan de officier van justitie oordeelt de rechtbank dat een gevangenisstraf moet worden opgelegd voor de duur van vijf maanden, waarvan twee voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl