Rb. Zeeland-West-Brabant 17 oktober 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8116

Primair 7:681 BW en subsidiair 7:648 BW. Werkgever heeft na het verstrijken van 104 weken arbeidsongeschiktheid, en na toestemming van het UWV, het dienstverband opgezegd. Werknemer is van mening dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst samenhangt met de discriminatoire bejegening die hij heeft ondervonden tijdens de uitoefening van zijn dienstverband. Het College voor de Rechten van de Mens heeft geconcludeerd dat bij het aangaan van het dienstverband en tijdens het dienstverband werkgever verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van handicap of chronische ziekte. De kantonrechter is van oordeel dat niet gebleken is dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst samenhangt met de gestelde discriminatoire bejegening. Ook is niet gebleken dat werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, waardoor werknemer arbeidsongeschikt is geworden dan wel arbeidsongeschikt is gebleven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen