Rb. Zeeland-West-Brabant 14 april 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:2501
IB. Bron van inkomen. ROW. Rechtsherstel box 3. Belanghebbende heeft een perceel grond gekocht waarop hij twee woningen heeft (laten) bouwen. De rechtbank is van oordeel dat de werkzaamheden van belanghebbende niet tot een bron van inkomen leiden en geen sprake is van resultaat uit overige werkzaamheden. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de objectieve verwachting bestond dat een voordeel als gevolg van zijn werkzaamheden zou worden gecreëerd. Het perceel is terecht als vermogensbestanddeel voor box 3 aangemerkt. Naar aanleiding van de massaal bezwaarprocedure over de box 3-heffing moet aan belanghebbende op rechtsherstel gerichte compensatie worden geboden. Aangezien toepassing van de Wet rechtsherstel box 3 voor belanghebbende niet tot een gunstiger resultaat leidt, is de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen voor het jaar 2019 nog altijd gebaseerd op het sinds 2017 geldende – maar met artikel 14 EVRM en artikel 1 EP EVRM strijdige – forfaitaire wettelijke stelsel. Er is dus geen sprake van rechtsherstel verleend door de inspecteur, zoals bedoeld in het kerstarrest. De rechtbank verleent daarom zelf op rechtsherstel gerichte compensatie, die eruit bestaat dat in dit geval uitsluitend het daadwerkelijk behaalde rendement in de heffing van box 3 wordt betrokken.
De uitspraak op rechtspraak.nl