Rb. Zeeland-West-Brabant 25 januari 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:297
Inkomstenbelasting / belastbaar inkomen box 3: Belanghebbende is eigenaar van de Hertogin Hedwigepolder (de Hedwigepolder). De inspecteur heeft aan belanghebbende definitieve aanslagen IB/PVV voor de jaren 2012 tot en met 2017 opgelegd naar een belastbaar inkomen dat uitsluitend bestaat uit inkomen uit sparen en beleggen in Nederland. Bij het opleggen van de aanslagen is de waarde van de Hedwigepolder gerekend tot de grondslag sparen en beleggen. De rechtbank is van oordeel dat de vrijstelling van artikel 5.7, eerste lid onderdeel b van de Wet IB 2001 in samenhang met artikel 17 van het UBIB (grotendeels) niet van toepassing is op de Hedwigepolder, omdat de gronden niet zijn aan te merken als de type gronden die zijn genoemd in de limitatieve opsomming van het UBIB. Daar komt bij dat vaststaat dat aanzienlijke delen van de Hedwigepolder in de onderhavige jaren in gebruik zijn als landbouwgrond en dat landbouwgronden expliciet worden uitgezonderd van de vrijstelling. De inspecteur heeft bij het vaststellen van de aanslagen de waarde van de Hedwigepolder niet te hoog vastgesteld, nu de door hem gebruikte normwaarden voor landbouwgronden lager zijn dan de waarde economisch verkeer. Belanghebbende heeft verder niet aannemelijk gemaakte dat sprake is van een waardedrukkend effect als gevolg van PFAS-vervuiling. Wat betreft de strijdigheid van de vermogensrendementsheffing op stelselniveau voor de jaren 2012 tot en met 2016 is voor ingrijpen van de rechter geen plaats, omdat het niet aan de rechter, maar aan de wetgever is in het rechtstekort op stelselniveau te voorzien. Verder heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat voor die jaren sprake is van een individueel buitensporige last. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1963) biedt de rechtbank voor het jaar 2017 rechtsherstel. De rechtbank acht aannemelijk dat het werkelijke rendement van de gronden lager is dan het in aanmerking te nemen rendement op grond van de vermogensmix zoals die uit de wet volgt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963
- HR 2 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1047
- HR 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:831
- Rb. Zeeland-West-Brabant 15 april 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:1885
- HR 12 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1179
- HR 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:816
- HR 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:7
- ABRvS 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4074
- HR 7 mei 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2069