Rb. Zeeland-West-Brabant 24 maart 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:1407
Inkomstenbelasting. Artikel 4 en 27e AWR. Artikel 2.17 Wet IB 2001. Uitleg arrest HR 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:84. Belanghebbende is de broer van een persoon die (uiteindelijk) eigenaar is (geweest) van diverse coffeeshops in Nederland. Belanghebbende heeft van eind november 2010 tot en met augustus 2014 ingeschreven gestaan in Luxemburg. Voor de jaren 2011 tot en met 2013 aangifte gedaan als buitenlands belastingplichtige. Aan belanghebbende zijn over de jaren 2008 tot en met 2014 diverse belastingaanslagen opgelegd waarbij op diverse punten substantieel is afgeweken van de aangiften. De inspecteur is daarbij ervan uitgegaan dat belanghebbende in alle jaren binnenlands belastingplichtig is. De rechtbank acht dat laatste aannemelijk gemaakt door de inspecteur. Voor dat geval zijn bepaalde Box 1-correcties niet in geschil, waaronder een correctie wegens privégebruik auto. Een Box 2-correctie in verband met privégebruik van een appartement in Spanje dat in eigendom is van een Luxemburgse vennootschap van belanghebbende, houdt eveneens stand. De rechtbank acht tegenover de gemotiveerde betwisting door belanghebbende, inhoudende dat sprake is van schenkingen, niet aannemelijk gemaakt dat de bedragen die belanghebbende van zijn broer ontving (op buitenlandse bankrekeningen), tegenprestaties waren voor door hem verrichte werkzaamheden. Uitgaande van een beoordeling op basis van de normale bewijslast komt de rechtbank tot lagere correcties van het Box 3-inkomen dan de inspecteur. Voor de jaren 2008 en 2009 resteren geen correcties, zodat de navorderingsaanslagen worden vernietigd. Ook de navorderingsaanslag 2010 wordt vernietigd omdat alleen een Box 3-correctie resteert, en belanghebbende en zijn fiscaal partner ervoor gekozen hebben om de rendementsgrondslag volledig aan belanghebbende toe te rekenen. Voor de jaren 2011 tot en met 2013 moet voor de beoordeling of de vereiste aangifte niet is gedaan, alleen rekening worden gehouden – zo begrijpt de rechtbank HR 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:84 – met correcties die opgelegd kunnen worden als belanghebbende buitenlands belastingplichtige zou zijn. Daarvan uitgaande kan voor die jaren niet worden geoordeeld dat de vereiste aangifte niet is gedaan. De belastingaanslagen over die jaren worden daarom verminderd op basis van wat op basis van de normale bewijslast is geoordeeld, zij het dat het Box 3-inkomen volledig aan de fiscaal partner is toebedeeld. Voor het jaar 2014 wordt wel tot het oordeel gekomen dat de vereiste aangifte niet is gedaan. De diverse Box 1, Box 2 en Box 3-correcties doorstaan de toets van een ‘redelijke schatting’, met uitzondering van een deel van de Box 3-correcties doorstaat niet. Belanghebbende is ter zake van de resterende correcties niet in de verzwaarde bewijslast geslaagd. De aanslag 2014 wordt verminderd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:84
- HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1746
- Rb. Zeeland-West-Brabant 20 mei 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:2206
- HR 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1786
- HR 17 augustus 2018, ECLI:NL:HR:2018:1311
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- HR 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:17
- HR 28 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:417
- HR 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX7184
- HR 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6824
- HR 30 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH1083
- HR 21 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC7254
- HR 27 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0401
- HR 28 maart 1979, ECLI:NL:HR:1979:AX2688
- HR 27 december 1956, ECLI:NL:HR:1956:AY1523