Rb. Zeeland-West-Brabant 24 maart 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:1405
Inkomstenbelasting. Artikel 4.6, 4.12 en 7.5 Wet IB 2001. Belanghebbende woont in de jaren 2012 tot en met 2014 in Thailand. Aan belanghebbende zijn belastingaanslagen opgelegd omdat, volgens de inspecteur, belanghebbende winst heeft onttrokken aan coffeeshops waarvan belanghebbende indirect eigenaar is via een Luxemburgse vennootschap. In beroep neemt de inspecteur primair het standpunt in dat sprake is van inkomen uit aanmerkelijk belang. De rechtbank is van oordeel dat uitgaande van de door de inspecteur gestelde feiten er geen sprake is van regulier inkomen uit een aanmerkelijk belang in Nederland gevestigde vennootschappen. De winstonttrekking vindt plaats via de tussenliggende vennootschappen. Belanghebbende trekt het inkomen uit de aandelen in de Luxemburgse vennootschap, en niet uit aandelen in de coffeeshops. Dat indirect gehouden aandelen wel meetellen bij de bepaling of sprake is van een aanmerkelijk belang, doet daaraan niet af. De belastingaanslagen worden vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl