Rb. Zeeland-West-Brabant 26 februari 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:838
In een tussen een aannemer en de projectontwikkelaar ontstaan geschil heeft de rechtbank vonnis gewezen en de projectontwikkelaar veroordeeld tot betaling van een aanzienlijk bedrag aan de aannemer. De aannemer had tot zekerheid voor verhaal van haar vordering conservatoir derdenbeslag gelegd onder de houdstermaatschappij van het concern waartoe ook de projectontwikkelaar behoort. De houdstermaatschappij heeft een verklaring derdenbeslag afgelegd. De houdstermaatschappij komt de in artikel 477 Rv bedoelde verplichting tot betaling niet na. De derde-beslagene werpt de executant verweermiddelen tegen die de rechtsbetrekking tussen de beslaglegger en de beslagene betreffen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de aard van de vordering waarvoor beslag is gelegd en de positie van de derde-beslagene meebrengt dat de derde-beslagene de beslaglegger-executant geen verweermiddelen kan tegenwerpen die de rechtsbetrekking tussen de beslaglegger en de beslagene betreffen.
De uitspraak op rechtspraak.nl