Rb. Zeeland-West-Brabant 19 oktober 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:5297
Bpm, tussenuitspraak. Onderdeel van geschil zijn zeventien aangiften bpm ter zake van de registratie van diverse auto’s. Belanghebbende voert tegen deze aangiften bpm diverse beroepsgronden aan. Voor de berekening van bpm wordt bij bepaalde auto’s gebruik gemaakt van een taxatierapport, waarin uitgegaan is van de gegevens van 3 tot 5 referentie-auto’s waarop een waardevermindering wordt toegepast voor de schade. Belanghebbende bepleit dat uitgegaan moet worden van de bij het taxatierapport gevoegde koerslijst in plaats van de waarde bepaald aan de hand van de referentie-auto’s. De rechtbank is van oordeel dat niet zo maar het door de taxateur getaxeerde schadebedrag gecombineerd kan worden met de waarde uit een koerslijst. Hierbij vindt de rechtbank steun in een situatie dat de combinatie van deze methodes zou leiden tot een negatieve waarde. Voor twee andere geschilpunten past de rechtbank de bestuurlijke lus toe en houdt verder iedere beslissing aan.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Zeeland-West-Brabant 29 september 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:4928
- Hof Arnhem-Leeuwarden 16 februari 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1529
- Hof Amsterdam 17 december 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3842
- HR 11 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1344
- HR 1 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:821
- HR 28 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:331
- HR 17 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:63
- HR 11 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1579
- HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:847
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2013:857