Rb. Zeeland-West-Brabant 10 juni 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2950

Artikel 52a van de AWR, informatiebeschikking. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek heeft bij belanghebbende een huiszoeking plaatsgevonden waarbij een schenkingsakte in beslag is genomen. De inspecteur heeft door middel van een informatieverzoek aan het Openbaar Ministerie de beschikking gekregen over deze schenkingsakte. De schenkingsakte is voor de inspecteur aanleiding geweest tot het stellen van vragen met betrekking tot de aangifte IB/PVV voor het jaar 2016 van belanghebbende. Belanghebbende stelt dat de informatiebeschikking moet worden vernietigd omdat de inspecteur de schenkingsakte niet in zijn bezit had mogen hebben. Volgens belanghebbende is er sprake van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs omdat de schenkingsakte in beslag is genomen tijdens een huiszoeking in het kader van het strafrechtelijk onderzoek terwijl achteraf het strafrechtelijk onderzoek is geseponeerd omdat belanghebbende ten onrechte als verdachte is aangemerkt. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs, laat staan dat sprake is van bewijs dat is verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelen overheid mag worden verwacht, dat het gebruik daarvan moet worden uitgesloten. Naar het oordeel van de rechtbank mocht de inspecteur zich op basis van de schenkingsakte bovendien op het standpunt stellen dat de door hem gevraagde informatie van belang zou kunnen zijn voor het vaststellen van de aanslag IB/PVV voor het jaar 2016. Belanghebbende heeft niet aan de op hem rustende informatieverplichting voldaan. De rechtbank concludeert dat de informatiebeschikking terecht aan belanghebbende is opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken