Rb. Zeeland-West-Brabant 22 juli 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:3252

Aan belanghebbende is een beschikking gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2018 opgelegd. Volgens belanghebbende moet bij de berekening van de “premiecomponent WGA-lasten” de WGA-uitkering die door het UWV in 2016 aan een ex-werknemer is betaald, buiten beschouwing blijven. Belanghebbendes beroep daarvoor op de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2017:4830) kan haar naar het oordeel van de rechtbank niet helpen, gelet op het arrest van de Hoge Raad waarin deze uitspraak is vernietigd (ECLI:NL:HR:2019:627). De uitkering die bij de premiecomponent ZW-lasten in aanmerking is genomen, dient volgens de Rechtbank wel buiten beschouwing te blijven. De Rechtbank acht aannemelijk dat de betreffende ex-werkneemster bij aanvang van de dienstbetrekking recht had op een WIA-uitkering, zodat recht bestond op ziekengeld (de zogenaamde “no-riskpolis”, artikel 29, tweede lid, onderdeel g ZW juncto artikel 29b ZW). Deze uitkering komt daardoor niet ten laste van de Werkhervattingskas. Het beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken