Rb. Zeeland-West-Brabant 18 november 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:6112

Jaren 2016 en 2017: Inkomstenbelasting, vermogensrendementsheffing in strijd met 1 EP EVRM? Buitensporige last? Voor wat betreft de schending op stelselniveau met betrekking tot het jaar 2016 overweegt de rechtbank geen aanleiding te zien om voor dat jaar anders te oordelen dan de Hoge Raad in de arresten van 14 juni 2019 voor de jaren 2013 en 2014. Met betrekking tot het jaar 2017 maakt belanghebbende niet aannemelijk dat het veronderstelde rendement (naar gedifferentieerd tarief) niet haalbaar is voor belastingplichtigen. Voorts oordeelt de rechtbank dat indien er al een schending aangenomen moet worden geen aanleiding zou zijn om tot een andere uitkomst te concluderen dan in voormelde arresten van de Hoge Raad. Verder maakt belanghebbende niet aannemelijk dat voor beide jaren sprake is van een individuele buitensporige last. Beroep is gegrond, omdat de inspecteur een dwangsom verbeurt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken