Rb. Zeeland-West-Brabant 28 mei 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:2437

Het college heeft verzoeker aangemerkt als pseudo-dakloze, omdat hij geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en ook niet met een briefadres in de BRP staat ingeschreven. Verzoeker verblijft afwisselend op verschillende adressen of heeft daar kortdurend of tijdelijk onderdak. Hij valt daarom onder de regeling voor adreslozen van artikel 40, eerste lid, tweede volzin, van de Participatiewet. Omdat niet in geschil is dat hij binnen de gemeente verblijft, heeft hij recht op bijstand jegens het college. De Participatiewet en de Beleidsregels bieden geen grondslag om de bijstandsuitkering te beëindigen omdat er (een bepaalde periode) geen eigen woning wordt aangehouden. Wel bieden de Participatiewet en de Beleidsregels de mogelijkheid om de bijstandsuitkering te verlagen vanwege het niet aanhouden van een woning.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken