Rb. Zeeland-West-Brabant 13 december 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:7081
Omkering bewijslast. Onzakelijke garantstelling. Paraplufinanciering. Artikel 15aj, derde lid, Wet Vpb. Ontvoeging in zicht van liquidatie. Tegen de informatiebeschikking is geen bezwaar gemaakt, het tegen de aanslag gerichte bezwaar kan niet als zodanig worden aangemerkt. Hoewel sprake is van een onherroepelijke informatiebeschikking en de daarin gestelde vragen niet binnen de gestelde termijn (voldoende) zijn beantwoord, zijn de gepleegde verzuimen onvoldoende voor omkering van de bewijslast. Het kredietarrangement voldoet aan de voorwaarden genoemd in het paraplufinancieringsarrest (ECLI:NL:HR:2013:BW6520). De vennootschappen hebben met het sluiten van het kredietarrangement beoogd om gezamenlijk gelden te lenen. Alle deelnemende vennootschappen behoren tot hetzelfde concern en zijn elk aansprakelijk voor het gehele geleende bedrag. De rechtbank is van oordeel dat de dochtermaatschappij in het zicht van liquidatie is ontvoegd. Belanghebbende heeft haar stelling dat een doorstart reëel was, onvoldoende concreet gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl