Rb. Zeeland-West-Brabant 30 november 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:6819
Art. 8.58 Awb; art. 1, 2, 2a, 2c, 26, 51, 66, 70 WA; art. 2, 2a, 3 en 3a UB accijns; art. 26 en 27 Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012; art. 21 Richtlijn 2008118/EG; Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1821; N.a.v. controles op drie schepen zijn aan belanghebbende naheffingsaanslagen accijns en voorraadheffing aardolieproducten opgelegd. Op de controlemomenten werd volgens de vervoersdocumenten (onder een accijnsschorsingsregeling) gasolie vervoerd, maar gebleken is dat enkel stookolie aan boord was. In zo’n situatie moet in beginsel worden aangenomen dat sprake is van een onttrekking van accijnsgoederen aan een accijnsschorsingsregeling, tenzij belanghebbende met een sluitende administratie aannemelijk kan maken dat enkel sprake is van een (abusievelijk) onjuiste kwalificatie van de olie. Belanghebbende is deels in haar bewijslast geslaagd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 28 AWR
- Artikel 1 WA
- Artikel 2 WA
- Artikel 2a WA
- Artikel 2c WA
- Artikel 26 WA
- Artikel 28 WA
- Artikel 66 WA
- Artikel 70 WA
- Artikel 2 Uitvoeringsbesluit accijns
- Artikel 2a Uitvoeringsbesluit accijns
- Artikel 3 Uitvoeringsbesluit accijns
- Artikel 3a Uitvoeringsbesluit accijns
- Artikel 8:58 Awb
- Artikel 26 Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012
- Artikel 27 Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012
- Artikel 21