Rb. Zeeland-West-Brabant 6 december 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:6702
Omzetbelasting, art. 1, 4 en 8 van de Wet OB en art. 5a van de UB OB. Belanghebbende heeft op 28 december 2016 zonnepanelen geplaatst en in gebruik genomen. Op de laatste vier dagen van het jaar heeft hij stroom opgewekt, waarvan hij de helft heeft doorgeleverd aan de energieleverancier en de andere helft zelf heeft verbruikt. De rechtbank ziet geen basis om de door de staatssecretaris gepubliceerde forfaitaire regeling tijdsevenredig toe te passen. De rechtbank gaat verder voorbij aan de stelling van de inspecteur dat belanghebbende – door (impliciet) te kiezen voor saldering van stroom – ook gekozen heeft voor toepassing van het forfait. Het staat belanghebbende te allen tijde vrij om de wettelijke regeling toe te passen. De omzetbelasting over het eigen gebruik van de zonnepanelen moet tijdsevenredig worden berekend over de door belanghebbende gemaakte kosten voor verwerving van de zonnepanelen. De omzetbelasting over de aan de energieleverancier geleverde energie berekent de rechtbank op basis van de door belanghebbende aan de energieleverancier verzonden factuur. Het beroep is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl