Rb. Zeeland-West-Brabant 1 maart 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:1629

Art. 14, tweede lid, Wbr. Begrip woning. Belanghebbende heeft een perceel verworven waarin ten tijde van de verkrijging alleen nog de fundering aanwezig is van een daarvóór afgebrande langgevelboerderij. Volgens de rechtbank is de onroerende zaak niet aan te merken als een woning. Er is geen sprake van een bouwwerk dat naar zijn aard bestemd is voor bewoning. Evenmin kan van een woning in aanbouw worden gesproken. De fundering is het restant van de oude woning; er was nog geen sprake van nieuwbouw ten tijde van de verkrijging. De rechtbank verwerpt ook de subsidiaire stelling dat het verdragsrechtelijke discriminatieverbod is geschonden. Met de afbakening van het begrip woning heeft de wetgever de hem toekomende ruime beoordelingsvrijheid niet overschreden. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken