Rb. Den Haag 11 februari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:1325
Eiser heeft de eigendom verkregen van een perceel grond, waarop oorspronkelijk een woonhuis stond. Het woonhuis is door brand teniet gegaan. Alleen de fundering, schuur en bestrating waren ten tijde van de verkrijging nog aanwezig. Over de koopprijs van de onroerende zaak is overdrachtsbelasting voldaan naar een tarief van 6%. In geschil is of de onroerende zaak op het verkrijgingsmoment was aan te merken als een woning in de zin van artikel 14, tweede lid, van de Wet belastingen van rechtsverkeer, waardoor het verlaagde tarief van 2% van toepassing is. De rechtbank oordeelt dat het verlaagde tarief van toepassing is en overweegt hierbij onder meer dat de nieuwe woning vrijwel geheel is gebouwd op de bestaande fundering. Uit de wetsgeschiedenis dan wel jurisprudentie volgt niet dat voor de kwalificatie als nieuwe woning in aanbouw is vereist dat de ten tijde van de verkrijging aanwezige fundering specifiek is aangelegd voor de te bouwen woning. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl