Rb. Zeeland-West-Brabant 15 september 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:6734
Informatiebeschikking (art. 52a AWR). Partiële herziening informatiebeschikking. Kennelijk onredelijk gebruik procesrecht (art. 27e, tweede lid AWR)? Erflater heeft de door de inspecteur gestelde vragen over zijn inkomsten, vermogensbestanddelen en activiteiten (wereldwijd) niet beantwoord; hij stelt in die jaren niet in Nederland belastingplichtig te zijn. Erflater had in Nederland meerdere woningen ter beschikking en verbleef daar ook. Hij was directeur en grootaandeelhouder van een Nederlandse concernstructuur, verrichte werkzaamheden in Nederland en hij had meerdere vervoermiddelen in eigendom en in Nederland in gebruik. Deze omstandigheden zijn voldoende voor het stellen van de vragen omdat niet valt uit te sluiten dat erflater een duurzame band van persoonlijke aard had met Nederland. De vraag over erflaters betrokkenheid bij een APV is, naar het oordeel van de rechtbank, beantwoord. De informatiebeschikking voor de jaren 2012 tot en met 2014 blijft – overeenkomstig het standpunt van de inspecteur ter zitting – niet in stand omdat voor deze jaren na het afgeven van een informatiebeschikking definitieve aanslagen zijn opgelegd. Het kiezen voor het instellen van bezwaar en beroep tegen een informatiebeschikking in plaats van het beantwoorden van de gestelde vragen levert geen misbruik van procesrecht op. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de weduwe van erflater wordt een termijn van 3 maanden na verzending van de uitspraak passend geacht voor het alsnog aanleveren van gegevens.
De uitspraak op rechtspraak.nl