Rb. Zeeland-West-Brabant 31 augustus 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:5470
Wet maatregelen woningmarkt 2014 II, artikel 1.2, lid 1, onderdeel e; Wet verhuurderheffing, artikel 2, aanhef en onderdeel a. Verhuurderheffing. Uitleg begrip ‘huurwoning’. Bewijslastverdeling. Vallen bij een woningcorporatie in eigendom zijnde woningen die leeg staan op de peildatum, onder het begrip ‘huurwoning’? De rechtbank heeft bij tussenuitspraak geoordeeld dat leegstaande woningen die leeg staan met het oog op (i) verkoop, (ii) sloop, dan wel (iii) herstructurering (sloop gevolgd door nieuwbouw), geen ‘huurwoning’ zijn omdat een dergelijke woning niet bestemd is voor verhuur. Leegstaande woningen waarvoor geldt dat ze (tijdelijk) leeg staan in verband met (a) frictieleegstand dan wel (b) renovatie of het plegen van onderhoud, én dat ze de bestemming hebben om weer te worden verhuurd tegen een sociale-huurprijs, kwalificeren wel als ‘huurwoning’. Bewijslast: (i) in beginsel rust dat bewijslast op de inspecteur dat een woning kwalificeert als huurwoning, (ii) gelet op het doel van een woningcorporatie kan evenwel als uitgangspunt worden genomen dat indien een leegstaande woning in de periode voor haar leegstand is verhuurd tegen een sociale-huurprijs, deze woning blijft kwalificeren als ‘huurwoning’, (iii) het is daarom aan belanghebbende om aannemelijk te maken dat een dergelijke leegstaande woning niet langer bestemd is om te worden verhuurd tegen een sociale-huurprijs.
De uitspraak op rechtspraak.nl