Rb. Zeeland-West-Brabant 26 juli 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:4614
Aanslagen zuiveringsheffing (bedrijfsruimte) jaren 2012 t/m 2015 en rioolheffing jaren 2013 t/m 2015 Belanghebbende, eigenaar van een woning, verhuurt de woning aan een derde. De woning staat met een aantal soortgelijke woningen op een terrein. Volgens belanghebbende hadden de aanslagen zuiveringsheffing en rioolheffing niet aan hem mogen worden opgelegd, omdat (i) sprake is van een recreatieterrein, (ii) het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden (ook in de zin van de Grondwet) en (iii) hij geen gebruiker is van de woning. Met betrekking tot de aanslagen zuiveringsheffing heeft belanghebbende voorts gesteld dat sprake is van een woonruimte (i.p.v. een bedrijfsruimte), één van de aanslagen niet binnen de driejaarstermijn is opgelegd en de ingenomen hoeveelheid water van een bepaald kalenderjaar, zoals door de heffingsambtenaar is herleid, onjuist is. De rechtbank stelt belanghebbende slechts in het gelijk inzake de herleiding van de hoogte van de ingenomen hoeveelheid water in een kalenderjaar. De rechtbank oordeelt daarover dat de heffingsambtenaar niet nader een wijze van herleiding heeft vastgesteld, wat uit het oogpunt van rechtsongelijkheid en consistentie wel geboden was. Voor al het overige stelt de rechtbank belanghebbende in het ongelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2495
- Rb. Zeeland-West-Brabant 7 september 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:5545
- Hof Arnhem 7 februari 2012, ECLI:NL:GHARN:2012:BV7054
- Hof 's-Hertogenbosch 26 maart 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AO8697
- HR 16 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2576
- HR 15 juli 1998, ECLI:NL:HR:1998:AS2768
- HR 17 juni 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5015
- HR 23 juli 1984, ECLI:NL:HR:1984:AW8591