Rb. Zeeland-West-Brabant 2 juni 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3350
Art. 229 en 229b Gemw; art. 3.1, lid 4 Wro; art. 1, lid 1 Woningwet Leges in verband met aanvraag omgevingsvergunning bouwen. Het in de Verordening genoemde bedrag aan leges dat samenhangt met diensten die verband houden met het bestemmingsplan is in onderhavige aanslag in mindering gebracht op het totaal aan leges, omdat het bestemmingsplan ouder is dan tien jaar. Omdat de overige leges volgens de Verordening geen verband houden met het bestemmingsplan, is het heffen van die leges niet in strijd met art. 3.1, lid 4 Wro. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de opbrengstlimiet niet is overschreden; van hem kan geen nader bewijs worden verlangd. De rechtbank oordeelt dat het pand in één van de categorieën op de bouwkostenlijst bij de verordening is in te delen, waardoor bouwsom mocht worden bepaald op basis van de bouwkostenlijst. De ruimte onder het afdak, dat aan drie zijden wordt omsloten door wanden, moet worden aangemerkt als (onderdeel van) een gebouw, waardoor de inhoud daarvan moet worden meegerekend bij de inhoud van het gehele pand.
De uitspraak op rechtspraak.nl