Rb. Zeeland-West-Brabant 3 mei 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:2516
Dexia zaak. De afnemer heeft na vernietiging van de effectenleaseovereenkomst door de eega ex art. 1:88 BW, aanspraak op terugbetaling van de inleg (minus dividend) wegens onverschuldigde betaling. De afnemer heeft daar bovenop geen aanspraak op terugbetaling van de prijs die hij heeft betaald voor de overname van de aandelen van Dexia bij de beëindiging van de effectenleaseovereenkomst (door de afnemer aangeduid als “fictieve restschuld”) omdat de vernietigingsverklaring van de eega niet ziet op deze koopovereenkomst en omdat de beschermingsbepalingen van boek 1 BW niet zien op deze koopovereenkomst. Is sprake van ongerechtvaardigde verrijking van de afnemer doordat hij eerst de aandelen tegen een prijs van Dexia koopt en de eega vervolgens de effectenleaseovereenkomst vernietigd? De kantonrechter beantwoordt deze vraag ontkennend.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 234 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 241 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1015 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1:88 BW1
- Artikel 1:89 BW1
- Artikel 9 WCK
- Artikel 6:96 BW6
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 6:205 BW6
- Artikel 6:212 BW6
- Artikel 7:907 BW7
- Artikel 3:305a BW3
- Artikel 3:316 BW3