Rb. Zeeland-West-Brabant 20 april 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:2454
Premieheffing zeevarende; prejudiciële vragen aan de Hoge Raad; belanghebbende heeft de Letse nationaliteit en woont in het onderhavige jaar in Letland. Belanghebbende was in de in geding zijnde periode in dienstbetrekking bij een in Nederland gevestigde werkgever. De werkzaamheden vonden plaats op een zeeschip dat voer onder de vlag van de Bahama’s. Voor de beantwoording van de vraag of belanghebbende onder de nieuwe Verordening nr 883/2004 premieplichtig is in Nederland, legt de rechtbank prejudiciële vragen voor aan de Hoge Raad. In artikel 11, derde lid, onderdeel e, van de (nieuwe) Verordening is een restbepaling opgenomen. De vraag naar de (mogelijke) betekenis van de restbepaling voor het geval van belanghebbende, hangt mede af van hoe het arrest Kik in een zaak als de onderhavige en dus onder de (nieuwe) Verordening geïnterpreteerd moet worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl