Rb. Zeeland-West-Brabant 22 juli 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:5740
BRE 15/7285 Inkomstenbelasting: (i) Vermogensrendementsheffing in strijd met EVRM? Individueel buitensporige last? (ii) Onderscheid in leeftijd discriminerend? De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de forfaitaire rendementsheffing voor de jaren 2010 en 2011 niet in strijd is met artikel 1 EP EVRM. De rechtbank ziet geen aanleiding om voor het jaar 2013 anders te oordelen. Geen sprake van een individuele buitensporige last. De rechtbank oordeelt verder dat de keuze van de fiscale wetgever om de rendementsgrondslag van minderjarige kinderen toe te rekenen aan de ouder die het gezag over het kind uitoefent niet van iedere redelijke grond is ontbloot. Hetzelfde geldt voor de keuze van de wetgever om die ouder geen algemene heffingskorting toe te kennen voor een minderjarig kind van wie het vermogen aan de ouder wordt toegerekend.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 6:20 Awb
- Artikel 8:42 Awb
- Artikel 2.15 Wet IB 2001
- Artikel 5.1 Wet IB 2001
- Artikel 5.2 Wet IB 2001
- Artikel 5.3 Wet IB 2001
- Artikel 5.13 Wet IB 2001
- Artikel 14 EVRM
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
- Artikel 26 BUPO
- Artikel 16 Europees Sociaal Handvest
- Artikel 17 Europees Sociaal Handvest
- Artikel 2 IVRK
- Artikel 3 IVRK
- Artikel 32 IVRK
- Artikel 36 IVRK