Rb. Zeeland-West-Brabant 26 mei 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3659
Naheffingsaanslag BPM. Het unierechtelijke verdedigingsbeginsel. Artikel 9 van de Wet BPM; nieuw of gebruikt; het Kaderbesluit. De auto is in Nederland gekocht door B BV. Toen was de kilometerstand 10. Vervolgens is de auto geregistreerd in Duitsland op naam van de bestuurder van B BV, met een adres in Zwitserland. Ongeveer een maand na voormelde aankoop is de auto voor het eerst in het Nederlandse kentekenregistratie gesteld op naam van B BV. Ten tijde van de keuring bij de RDW had de auto een kilometerstand van 3.092. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat sprake is geweest van een gebruikte auto. De verwijzing van belanghebbende naar (de preambule bij) het Kaderbesluit, kan niet tot een ander oordeel leiden. De inspecteur heeft belanghebbende de gelegenheid geboden om vóór het opleggen van de naheffingsaanslag (schriftelijk) te reageren. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen rechtsregel die de inspecteur verplicht belanghebbende expliciet voor een gesprek uit te nodigen, zodat het unierechtelijke verdedigingsbeginsel hier niet is geschonden. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl