Rb. Zeeland-West-Brabant 26 mei 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3442
BPM; naheffing. Bij de bestreden uitspraak op bezwaar is de naheffingsaanslag vernietigd en een forfaitaire kostenvergoeding toegekend van € 244. De rechtbank passeert de schending van de hoorplicht met toepassing van artikel 6:22 Awb. De rechtbank stelt een adequate rentevergoeding vast over het bedrag van de vermindering, volgens de rentevoet en de systematiek van artikel 28c Invorderingswet. De rechtbank handhaaft de in bezwaar toegekende kostenvergoeding. Bijzondere omstandigheden voor een hogere vergoeding zijn niet aannemelijk gemaakt. Ter zake van het verzoek om immateriële schadevergoeding is geen sprake van samenhang. Voor de proceskostenvergoeding is wel sprake van samenhang.
De uitspraak op rechtspraak.nl