Rb. Zeeland-West-Brabant 30 mei 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3218
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de GGD in redelijkheid gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om een bevel op te leggen. De rechtbank overweegt daarbij dat er sprake was van een gevaarzettende situatie door tegelijkertijd twaalf kinderen op te vangen terwijl er slechts vijf kindplaatsen waren toegestaan en een deugdelijke administratie ontbrak. De kans op vallen, verbranding, verwonding en ongevallen wordt vergroot wanneer een gastouder meer dan de toegestane aantal kinderen opvangt. Bovendien moet in geval van een calamiteit het voor de hulpdiensten duidelijk zijn hoeveel kinderen er worden opgevangen, zodat adequaat kan worden opgetreden. Het belang dat kinderen veilig worden opgevangen dient te prevaleren. De rechtbank acht het bevel tot het staken van de opvang niet disproportioneel. Uit het bevel volgt immers dat eiseres de kinderopvang weer mocht hervatten wanneer zij schriftelijk kan aantonen dat zij overeenkomstig haar registratie in het LRKP maximaal 5 kinderen gelijktijdig zou opvangen. Dat eiseres ervoor heeft gekozen om vervolgens haar kinderopvang definitief te staken, moet voor haar rekening komen.
De uitspraak op rechtspraak.nl