Rb. Zeeland-West-Brabant 15 december 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:8317
Aan eiser is een ordemaatregel opgelegd. In verband met die procedure heeft hij zich in bezwaar laten bijstaan door een gemachtigde. Vervolgens is de ordemaatregel verlengd. Dat besluit is alleen naar eiser gestuurd en niet naar zijn gemachtigde. Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van een zeer nauwe verwevenheid tussen de oplegging van de ordemaatregel en de verlenging ervan. Het bestuursorgaan was dan ook verplicht om het verlengingsbesluit naar de gemachtigde van eiser te sturen. Nu het bestuursorgaan dit heeft nagelaten, is dat besluit niet op de juiste wijze bekend gemaakt. Het bezwaar van eiser is dan ook prematuur geweest. Niet-ontvankelijkverklaring dient op grond van artikel 6:10 van de Awb achterwege te blijven. De rechtbank heeft de zaak vervolgens inhoudelijk beoordeeld. Het bestuursorgaan heeft de ordemaatregel in redelijkheid kunnen opleggen. Het bestuursorgaan heeft de ordemaatregel ‘tot nader order’ verlengd. De duur van de verlenging is daarmee onvoldoende gespecificeerd. De rechtbank stelt vervolgens zelf de duur van de verlenging vast.
De uitspraak op rechtspraak.nl