Rb. Zeeland-West-Brabant 28 september 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:6288

Verzoek tot inroepen van het huur-, beheers- en ontruimingsbeding. Dat een (net) meerderjarige, inwonende zoon van verweerders sub 1 en 2 een huurder is in de zin van artikel 3:264 BW ligt niet voor de hand en is niet nader onderbouwd, maar kan evenwel ook niet worden uitgesloten. Het verzoek tot het inroepen van het huurbeding wordt toegewezen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoekster onvoldoende onderbouwd dat er een gevaar voor waardedaling van het pand bestaat. Het verzoek tot het inroepen van het beheersbeding wordt afgewezen. Tevens heeft verzoekster onvoldoende gesteld dat er thans dringende redenen zijn om verweerders sub 1 en sub 2 het gebruiksrecht op een eerder tijdstip te ontnemen dan waarop het normaal gesproken eindigt, zodat ook het verzoek tot inroepen van het ontruimingsbeding wordt afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken