Rb. Zeeland-West-Brabant 8 april 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:2857
Inkomstenbelasting – ouderschapsverlofkorting Belanghebbende heeft voor het jaar 2012 verzocht om toepassing van de ouderschapsverlofkorting. Belanghebbende heeft ook in 2008, 2009, 2010 en 2011 gebruik gemaakt van de ouderschapsverlofregeling. Het belastbare loon uit 2009 was het hoogst. Volgens de wettelijke regeling bedraagt de ouderschapsverlofkorting niet meer dan het in het voorafgaande kalenderjaar genoten belastbare loon verminderd met het in het kalenderjaar genoten belastbare loon (de terugvaleis). Noch uit de tekst van de wettelijke regelingen, noch uit de toelichting daarbij blijkt wat het vergelijkingsjaar is indien gedurende meer dan twee achtereenvolgende jaren ouderschapsverlof wordt genoten. De rechtbank oordeelt dat 2009 elk geval niet het toetsjaar is. Het is hetzij 2008 (eerste jaar van ouderschapsverlof) of 2010 (in dat jaar is deels full time gewerkt en daarna weer opnieuw ouderschapsverlof opgenomen).
De uitspraak op rechtspraak.nl