Rb. Zeeland-West-Brabant 11 juli 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:9406

Verzoek verbetering geboorteakte op grond van artikel 1:24 BW, in die zin dat de erkenning wordt doorgehaald, omdat de man met een andere vrouw dan de moeder was gehuwd, en dat een andere man (de echtgenoot) als vader op de akte wordt vermeld, omdat de moeder ten tijde van de geboorte van de minderjarige met die man was gehuwd. Kan de erkenning in stand blijven indien achteraf wordt vastgesteld dat er sprake was van band tussen de moeder en de man die in voldoende mate met een huwelijk op een lijn valt te stellen (1:204 lid 1 sub e BW)? Beoordeling van het toepasselijk recht in verband met de Somalische afkomst van betrokkenen. In dit verband wordt beoordeeld of het in Somalië gesloten huwelijk van de moeder en de echtgenoot in Nederland voor erkenning in aanmerking komt (artikel 10:31 BW), of sprake is van een verstoting van de moeder door de echtgenoot en of sprake is van een rechtsgeldig nieuw huwelijk van de moeder en de erkenner. Het toepasselijk recht op de afstammingsrelatie tussen de echtgenoot van de moeder en het kind wordt beoordeeld (artikel 10:92 BW) aan de hand van de vermoedelijke Somalische nationaliteit van betrokkenen. Toepassing van Somalisch recht op de afstamming leidt tot het oordeel dat de echtgenoot niet de juridisch vader van het kind is, nu het feitelijk samenzijn van de moeder en de echtgenoot onmogelijk was in de periode van twaalf maanden vóór de geboorte tot aan 180 dagen vóór de geboorte. Afwijzing van het verzoek tot opneming vadergegevens van de echtgenoot. Voorts wordt beoordeeld of de erkenning van de minderjarige door de man moet worden doorgehaald. Beoordeling toepasselijk recht op grond van artikel 10:95 en 10:96 BW aan de hand van de vermoedelijke nationaliteit van de man. Nu erkenning naar Somalisch recht niet mogelijk is, wordt Nederlands recht toegepast. De erkenning is in beginsel nietig, nu de man ten tijde van de erkenning was gehuwd met een andere vrouw dan de moeder (artikel 1:204 lid 1 sub e BW). De rechtbank stelt echter (achteraf) vast dat sprake was van band tussen de moeder en de man die in voldoende mate met een huwelijk op een lijn valt te stellen, waardoor de erkenning van de minderjarige door de man in stand kan blijven. Afwijzing van het verzoek tot doorhaling van de erkenning.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen