Rb. Zeeland-West-Brabant 22 mei 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:4083
Geheimhoudingskamer (11/3340, 11/3898 en 11/3899) In het hoofdgeding zijn een drietal beschikkingen vaststelling in te halen verlies uit buitenlandse activiteiten in geschil. Ten aanzien van een aantal stukken heeft de inspecteur zich op geheimhouding beroepen, terwijl belanghebbende wil dat deze stukken tot de gedingstukken gaan behoren. De geheimhoudingskamer bepaalt dat een aantal stukken alsnog (deels) door de inspecteur moeten worden overgelegd. De (delen van) stukken die geheim mogen blijven, betreffen persoonlijke gegevens van derden, te beoordelen situaties van andere belastingplichtigen die afwijken van de situatie van belanghebbende en passages die zijn doordrenkt van de persoonlijke opvattingen van de schrijver van het stuk. Ten aanzien van laatstbedoelde passages overweegt de geheimhoudingskamer dat de inspecteur in de voorbereiding van een zaak vrij moet zijn om zijn gedachten ten aanzien van zijn procespositie te bepalen.
De uitspraak op rechtspraak.nl