Rb. Zeeland-West-Brabant 20 december 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:10058

Weigering handhavend op te treden tegen luchtvaartmaatschappij o.g.v. Wet luchtvaart. Verzoek om compensatie o.g.v. Verordening (EG) Nr. 261/2004 vanwege vertraging is door de luchtvaartmaatschappij afgewezen, wat heeft geleid tot een handhavingsverzoek o.g.v. de Wet luchtvaart. Eiser heeft terecht opgemerkt dat de bevoegdheid als bedoeld in artikel 11.15, sub b, Wet Luchtvaart een bestuursrechtelijke handhavingsbevoegdheid betreft en dat afdeling 5.3.1 van de Awb daarop van toepassing is. In dit geval staat vast dat er sprake is van een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5, derde lid, en overweging 14 van de Verordening gelet op het vonnis van de Geschillencommissie. Arbitraal vonnis heeft gezag van gewijsde gekregen. Het staat de staatssecretaris niet vrij om in afwijking daarvan wel een compensatieplicht aan te nemen. Staatssecretaris dus niet bevoegd om handhavend op te treden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken